Scheepswerf Talsma / Tromp

Binnen het team van Scheepswerf Talsma is er heel veel affiniteit en ervaring met historische schepen. Vele bijzondere restauratie projecten hebben we al op onze naam staan.

VEELZIJDIGHEID ALS KRACHT

Scheepswerf Talsma Franeker (Friesland) is al jaren een vertrouwd adres voor scheepsbouw, jachtbouw, reparatie en onderhoud.

Door onze breed georiënteerde kennis op maritiem gebied, kunnen wij praktisch ieder schip bouwen en onderhouden.

Van cascobouw megajachten tot restauratie van klassieke zeilvaartuigen. Van conversie tot regulier onderhoud, met gebruikmaking van zowel staal, aluminium als RVS. Alles onder één dak.

Scheepswerf Talsma werkt met gecertificeerde lassers en kan onder keur/klasse van classificatiebureau’s als Bureau Veritas, Lloyd’s Register, Det Norske Veritas en Germanischer Lloyd bouwen.

 

Talsma zal aanwezig zijn met verbouwing project de Koftjalk Tromp.

Het verleden van de Tromp

Gebouwd als Lammechiena II

De koftjalk werd in 1912 gebouwd door Scheepswerf Gebroeders Verstockt in Martenshoek. Eigenaar van het schip was Harmannus Schling, die het de naam ‘Lammechiena II’ gaf. Het schip, met een lengte van 26,75 meter, vervoerde veel hout uit het Oostzeegebied.

Tromp

In 1914 werd het schip verkocht aan Nicolaas Wijnstok uit Hoogezand, die het een jaar later weer verkocht aan Gebroeders Muhring uit IJmuiden. De gebroeders Muhring noemden haar Tromp en voeren haar tot na de Tweede Wereldoorlog. Vervolgens werd ze in 1927 verkocht aan kapitein-eigenaar Oege Schuitema uit Groningen. Deze stad wordt wederom de vertrouwde thuishaven. Schuitema liet het schip in 1934 verbouwen bij de NV Noord-Nederlandsche Scheepswerven in Groningen. Het werd onder andere voorzien van een 4-takt driecilinder Humboldt-Deutzdieselmotor van 65 pk. Vanaf 1936 mocht Jannes Pattje uit Waterhuizen zich eigenaar noemen van de koftjalk. Hij verkocht haar aan Geert Timmer uit Slochteren.

Gezonken

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Tromp op 2 maart 1940 aan de ketting gelegd. Op 7 mei van dat jaar werd ze verkocht aan M.J. van der Eb uit Rotterdam. In de oorlog stond ze onder Duits toezicht en voer het schip tussen Groningen en Kiel. Op 15 april 1945 werd het schip tot zinken gebracht door de Duitsers, vlakbij het botenhuis van het Verbindingskanaal in Groningen. Na de bevrijding van Groningen kon het schip snel weer worden geborgen.

Maraat V

Ze werd gerepareerd bij Scheepsbouw & Reparatiewerf J. Vos & Zoon en was vanaf 15 april 1947 weer in de vaart bij M.J. van der Eb in Rotterdam onder de naam Maraat V. V staat voor Victor. In april 1950 werd ze bij NV Scheepswerf H. de Hoog in Rotterdam gehermotoriseerd met een 4-takt driecilinder Humboldt-Deutzdieselmotor, nu van 125 pk.

 

Soli Deo Gloria

In 1954 kocht Wopke Kalkhuis uit Groningen het schip en hernoemde haar Soli Deo Gloria. Deze Latijnse naam betekent letterlijk ‘Alleen aan God de eer’. Ze werd in 1958 bij Barkmeijer in Vierverlaten verlengd tot 31,86 meter. In 1962 werd ze opnieuw verkocht aan Willem Oudman uit Thesinge. In 1965 vond bij Deutz in Delfzijl nog een hermotorisering plaats. Dit maal kwam er een Klockner-Humboldt-Deutzdieselmotor van 125 pk in, die dienst had gedaan als reserveaggregaat voor de vuurtoren van Vlieland.